Homepage
Geloven
In de kerk
In de stad
Home Lezen Column Column Fietsvrienden
PDFPrintE-mail
Column Fietsvrienden
zaterdag, 04 februari 2012 13:55

'Fijne kerstdagen', groette de man in de fluorescerende werkersjas mij, toen wij elkaar de Maastunnel onderdoor fietsend tegenkwamen. 'Wat fiets jij toch hard', sprak de oudere dame mij laatst aan toen ze voor mij op de roltrap stond. We gingen naar beneden, de tunnel in. Ik groet de mevrouw pas sinds kort.  Inhalend groeten doe ik minder snel dan tegemoetkomend. Inhalen heeft iets onsympathieks, iets eigengereids. Daarbij past vriendelijk groeten niet echt. Er is ook geen oogcontact. Stilstaande mensen zijn wel goed te groeten. Zo ook de toezichthouders in de Maastunnel. Die groet ik iedere dag.
Zo maak ik heel wat onbekende vrienden op mijn dagelijkse fietstochten heen en weer van Rotterdam Zuid naar Vijfsluizen. Ik vraag mij af wat voor mensen het zijn: hoe heet hij, waar gaat hij naar toe, wat voor werk doet ze, heeft hij een gezin, zal ze gelovig zijn, christen? Het contact blijft echter beperkt tot een groet.
De Mongoolse man, die blikjes opraapt, platstampt en in zijn fietstas stopt, groet ik nooit. Hij is veel te druk met speuren naar blikjes en als ik hem inhaal is het snelheidsverschil te groot om te kunnen groeten.
Vijanden, rivalen, heb ik ook. Die fietsen hard. In dezelfde richting als ik. Mijn ergste rivaal is de jongeman op een fiets gelijk aan de  mijne. Aan zijn fiets kan dus het niet liggen dat hij net zo hard fietst als ik. Er hangt iets dreigends tussen ons als we naast elkaar bij het verkeerslicht staan. Van groeten kan geen sprake zijn. We kijken strak naar het licht en wachten op groen. Door rood fietsen is een valse start.
Wat zal er met de sikkeneurig kijkende mevrouw bij de bushalte zijn? Na twee jaar staat ze er nu nooit meer. Zij stond daar altijd. Strak turend in de verte, waar ze haar bus verwachtte. Haar groette ik nooit. Geen oogcontact.
Deze week is mijn fiets kapot gegaan. De Nexus versnellingsnaaf heeft het na twee jaar al begeven. Nog eerder versleten dan een stel banden. Nu fiets ik met de fiets van mijn vrouw. Een degelijk ding met een traditionele rinkelbel waarmee je twee parallel fietsende senioren subiet in serie kunt dwingen. In het voorbijfietsen bedank ik hen dan met een vluchtig 'dank u wel' over mijn schouder. Ik hoop dan maar dat het overkomt. Want "laat iedereen u kennen als vriendelijke mensen".

Willem Jan Coster