Van alle kanten stormde het geluid op ons appartementje aan. Van de kant van het water. Van de kant van de kroeg. Uit de lucht. Plotseling werden we besprongen door herrie. Als een panter stortte het zich op ons neer. Vuvuzela's denderden. Vuvuzela's donderden. Met duizenden tegelijk naar het scheen, er leek een heel leger aan Bantoes op de been. Geschal hier en geschal daar. Juichend joelen. In een fractie van een seconde zwol het tot immense proporties aan.
Zo plotseling als het was begonnen te lawaaien, hield het op. Al het geluid dat bezig was tot een supernova uit te dijen, zeeg in een mum van tijd tot een zwart gat ineen. Het veranderde in een stilte die het miniemste geluid hoorbaar maakte. Op de Nieuwe Binnenweg hapte een als oranje leeuw verklede neger besmuikt naar adem. Aan de Kralingse Plas viel een glas met waterig bier aan scherven. In de woning van de burgemeester verslikte de drager van de ambtsketen zich in een oranjebitter.
Er was te vroeg gejuicht.
Al was één van de spelers van Oranje met de bal aan de voet in de buurt van 's tegenstanders doel gekomen en had hij de bal in de richting van het doel geschoten, de afstand tussen bal en doel was nooit kleiner dan een meter of vijf geworden.
Er was te vroeg gejuicht.
Daar zijn we als Nederlanders goed in. Te vroeg juichen. Als onze elf er in de tiende minuut van de wedstrijd in slagen de bal in 's tegenstanders doel te werken, beginnen we onmiddellijk van een overwinning met dubbele cijfers te dromen. Als een kwartier lang alle passes foutloos worden verzonden en foutloos op worden gepikt, menen we dat alle coaches en alle spelers van de andere deelnemers aan het WK prompt van pure angst voor Oranje geneigd zijn huiswaarts te keren.
Vaak is dat te vroeg gejuicht.
Voor er wordt gewonnen, moet er met alle inzet worden gespeeld. Een bal ligt pas tussen de palen als die tussen de palen ligt. Dan is er alle reden om te juichen. Eerder niet. Resultaat is pas resultaat als het behaald is. Virtuele zeges en winst in prognoses zeggen niet veel. Wat er echt wordt gepresteerd, daar gaat het om.
Laten we die les uit het WK trekken en onthouden tot de winter, als we weer een hokje rood mogen maken.
Arjan de Kwaadsteniet


