Homepage
Geloven
In de kerk
In de stad
Home Lezen Column Wat zijn de goede vruchten die groeien aan de Geest?
PDFPrintE-mail
Wat zijn de goede vruchten die groeien aan de Geest?
vrijdag, 02 juli 2010 21:32

In Schiedam overleed onverwachts ds. Jan Dirk Wuister. Hij was 81 jaar. Toen zijn vrouw hem riep voor het eten en hij niet verscheen, vond ze hem verstild achter zijn buro, zo hoorde ik achter mij vertellen, met velen anderen lopend naar zijn laatste rustplaats. Voor hem had het  Liedboek gelegen opengeslagen bij nummer 252: `Wat zijn de goede vruchten die groeien aan de Geest?' Iemand merkte op: `Daar zal hij vast wel een hele boeiende gedachte bij gehad hebben, maar die kan  hij ons helaas niet meer vertellen!' 

Daar kon ik me wel iets bij voorstellen. Kwam je ds Wuister tegen - altijd met zwarte hoed - of meldde hij zich aan de telefoon, dan ging het al heel snel over een bijbeltekst, een woord, iets uit de Talmoed of een eigen gedachte. Wel mooi dat je een dienaar van het Woord  begraaft en spontaan zo met elkaar praat over de kennis van het Woord die hij had.  Ds Wuister had zijn passie voor met name de Hebreeuwse bijbel en de Hebreeuwse taal van dr Friedrich Weinreb (overl 1988). Een econoom van chassidische afkomst, een buitengewoon begaafd en geleerd mens, altijd bezig met  het joodse gedachtengoed, schrijver van vele boeken, `bedreven in de Schriften'. Volgens enkele onderzoekscommissies zou Weinreb in de oorlog niet in alles kosher zijn geweest, maar daarover kon je beter niet beginnen met ds Wuister die alom gold als de beste leerling van Weinreb. Alle boeken van Weinreb die ik heb, kreeg ik ook van ds Wuister. Regelmatig zag ik hem met zijn vrouw onder de kansel zitten. Onwillekeurig werd ik daar wat zenuwachtig van, al helemaal als een tekst uit het OT aan de orde was. `Heb je het wel goed nagekeken?' ging dan door me heen. Na afloop kwam hij me altijd complimenteren. Maar dan volgde ook meteen een fijnzinnige aanvulling bij de tekst die ik me bijna allemaal nog goed herinner omdat ze er echt toe deden. Zijn uitleg had iets heel letterlijks en heel mystieks.  Hij had zo kunnen voorgaan op een bijeenkomst van Oud-Gereformeerde dominees met hun niet herziene Statenvertaling. Zeker met die zwarte hoed op en dat diepe respect voor de Schrift was niemand opgevallen dat hij misschien in een andere regio was gelegerd. Op een keer nodigde ik hem uit op onze NBV-leeskring. We hadden Deuteronomium helemaal gelezen, niet selectief. En ook Jozua. En we liepen helemaal vast met al dat geweld. Is er in God geweld? Waarom moeten al die Kanaaänieten en Amalekieten over de klink gejaagd worden? Zelfs de kinderen? We vroegen aan ds Wuister of hij ons eens kon helpen. Dat kon hij, al vond hij de NBV natuurlijk afschuwelijk. In de konsistoriekamer van de Oude Kerk legde hij ons  - groep van ca 15 jonge slimme mensen - uit dat Kanaaäniet betekent koopman. En die Kanaaäniet in ons aller hart moest echt uitgeroeid worden. Ja, ook die kleine en zeker die kleine Amalekietjes, want die waren nog wel zo gevaarlijk. En zo ging het verder. De Schrift ging heel boeiend open, al bleef ons probleem liggen. Maar misschien is de bijbel ook helemaal geen boek  om `onze problemen' mee op te lossen?

Dat was helemaal ds Jan Wuister. Aan het graf vertelde ds Treuren, dat ds Wuister eens zei dat hij op een kerkhof graag stenen zag en geen ander materiaal. Het hebreeuwse woord voor steen is nl Eben (denk aan ons gebouw Eben-Haezer, steen van hulp) . `Weet je,  zei ds Wuister, dat is een woord waarin twee woorden met elkaar verbonden zijn. Het woordje ab (=vader) en  ben (=zoon)  Een grafsteen herinnert eraan dat niet vader en zoon gescheiden worden, maar verbonden blijven.' `Vader wilde begraven worden', zei een van de kinderen en nodigde uit een schep zand op zijn kist te werpen. Als een dankbaar leerling in de verte heb ik dat ook gedaan.

Ds.P.L.de Jong