Ik als klein, mens
tegenover U, Ik ben
die er zijn zal.
God, de Ontzagwekkende.
Er is op aard'
geen mens te klein
om U te aanschouwen, hoog
verheven.
De mens zoekt, weegt,
ziet op, buigt zich neer
tot God, om U
om hulp te vragen.
Waar was ik, toen
U de hemel schiep met al
haar pracht en glorie
en de mens daar beneden?
Welnu, Job
Eva Coster - van Urk


