Het is zondagmiddag, ongeveer kwart voor vijf. Locatie Deventer. We springen van de fiets en staren naar het woonhuis tegenover ons. ‘Nou, hier moet het toch echt zijn. Laan van Borgele nummer 1', merkt mijn huisgenote Willeke op. "Draaisma: sierbestrating", zo prijkt een groot bord middenin de tuin.
Een beetje verbouwereerd staren we naar de letters. Dan schieten we in de lach. Google Maps faalt nimmer, noch het kerkblad, namen we tot voorheen aan. Is dit het Huis van God waarnaar we op zoek zijn? Nee toch zeker...
De zon schijnt heerlijk op ons gezicht. Het is lekker weer. ‘We kunnen ook een wandeling langs de IJssel gaan maken', opper ik. ‘Ach, laten we het nog niet opgeven', antwoordt Willeke. De kerk is nochtans in geen velden of wegen te bespeuren, en al helemaal niet in de Laan van Borgele. Dus staan we daar, een beetje peinzend. Wat nu te doen?
De tijd tikt ondertussen gestaag door. ‘Hoe gaan we dit aanpakken?', mijmer ik. Willeke zegt niets en lijkt na te denken. Een frons verschijnt op haar voorhoofd. Plots slaakt ze een kreet: ‘Kijk! Daar! Erachteraan!'. Ze grijpt haar fiets en gebiedt mij om weer achterop te springen. Voordat ik goed en wel zit begint ze als een razende te trappen. ‘Wat doe je?!' is mijn verbaasde reactie. ‘Ik zag een bijbel voorbijgaan', vertrouwt ze me toe. ‘Een bijbel?' ‘Ja, een bijbel, achterop een fiets!' Ik begin te lachen en spoor haar aan: ‘Nou Wil, volg het Woord van God!'. Vol goede moed vervolgen we onze weg. Aandachtig proberen we de vrome fietser in het oog te houden. Waar reist een bijbel naar toe op zondag? Er schiet me een zinnetje uit de psalmen te binnen: "Goed en rechtvaardig is de Heer: Hij wijst zondaars de weg". En jawel, hij leidt ons tot in de voorhoven van de tempel.
Eva van Urk


