Dagelijks passeer ik op de A12 het dorpje Waarder. Even voor de afrit naar dit gehucht staat dezer dagen een groot bord in een weiland naast de snelweg. ‘Rommelmarkt Waarder' staat erop, met daaronder een datum: ‘Dv 24 april'. Er staat niet waar het is. Blijkbaar is Waarder zo klein, dat je bij het binnenrijden ervan de plaatselijke rommelmarkt niet over het hoofd kunt zien.
Ik werd getroffen door het Dv, Deo volente. Zo de Heer wil en wij leven. Een term uit m'n jeugd. Zo'n beetje alles waar je naar uitkeek, wat in de agenda stond of wat nog moest gebeuren werd steevast voorafgegaan door een stevig Deo volente. In Waarder is dat blijkbaar nog zo. Zouden de inwoners van het dorp serieus twijfelen aan het doorgaan van hun rommelmarkt?
Want het gebruik van Deo volente veronderstelt een zekere twijfel. Je weet niet of je de voorgenomen vergadering, het verjaardagsfeest, het gemeenteweekend of in dit geval de rommelmarkt in levende lijve zult meemaken. Om je tegen die twijfel in te dekken, laat je de Heer maar beslissen. Slechts als Hij het goed vindt, dan is er op 24 april in Waarder een rommelmarkt.
Het gebruik van Deo volente is cliché. Soms zie je in een kerkblaadje tientallen gebeurtenissen aangekondigd staan en op de laatste pagina: maar voor dit alles geldt Deo volente. Het belijden dat God de Heer van je leven is, verwordt dan tot het sluitstuk van je agenda. Ik merk dat in de Pelgrimvaderskerk het gebruik van Dv steeds minder in zwang is. Prima. Als orthodoxe gebruiken een dode letter worden, is ermee stoppen beter dan er oneigenlijk gebruik van maken. Misbruik van kerkelijke tradities kan leiden tot grote ergernissen.
Deo volente, hoe dan wel? Ik zou zeggen: 's morgens bij het wakker worden en het zien van de zon. Heerlijk, het is weer dag geworden, de nacht is voorbij. Deo volente, de Heer wil dat wij leven! In Zijn naam gaan we er een mooie dag van maken. Wie met dit motto opstaat, is een zegen voor zijn of haar omgeving.


