Afgelopen winter kon je het in diverse kranten lezen. De kerkenraad van de Chr.Geref. kerk aan de Coloniastraat overlegde over opheffen van de gemeente met wellicht een doorstart op missionair-diakonale basis. Een berichtje dat me meteen te denken gaf. Regelmatig lees ik in het Ref.Dagblad de visie van refo-ideoloog dr. C.S.L. Janse. Hij steekt niet onder stoelen of banken dat je als toegewijd christen in de grote steden van ons land niets meer te zoeken hebt. Wie daar op het moment nog als kerk en christen zijn gebleven, zijn totaal verwaterde kerken en christenen. Zonder enig body of inhoud. Vooral de prediking is verwaterd. Met andere woorden: zorg dat je daar weg komt richting Barneveld en Apeldoorn. Daar werkt de Geest nog ware bekering tot zaligheid. Weliswaar ook niet vaak meer, maar in de stad kun je dat zeker vergeten. Zulk geschrijf prikkelt mij natuurlijk tot heftige tegenspraak. Als je ergens een kans op bekering loopt, dan in de dynamiek van de stad. (dr Tim Keller) En niet in de burgerlijke zelfgenoegzaamheid waarin je als christen in de veilige bible belt al gauw wordt ondergedompeld en verdoofd. Maar het raakt me toch elke keer weer. Natuurlijk omdat wij als geen ander weten hoe kwetsbaar je bent als gemeente van God in een stad als Rotterdam. En als christen. Er is zoveel dat je aandacht hier vraagt. Je bent er zo af. Ging je thuis altijd zonder uitzondering twee keer naar de kerk op zondag, in de stad went dat vlug af en je vindt het al heel wat als je het elke zondag gewoon volhoudt. En vanaf de kansel zie ik `s morgens gelukkig vaak velen gretig om mij heen zitten, maar tegelijk besef je hoe dun `ons' of `mijn' geloven vaak is. In een middagdienst ben ik meestal weer gauw `terug op aarde', als je bedenkt wie er dan nog zijn. Maar uit de grond van mijn hart zegen ik deze zg `verwaterde ‘ kerkgangers elke zondag. In liefde en respect.
Op 1 juli jl was de laatste dienst in de Coloniastraat. De kerk was goed bezet, het was eens soort reüniegebeuren van velen die al veel eerder verhuisden. Een sfeer als na een begrafenis van een stokoude bekeerde tante. Echt veel emotie is er dan niet, bij een enkeling. Zo hier ook. De meesten keken alleen nog even rond en schudden handen. Veel nostalgie. Voorganger was ds.W.van Sorge, predikant van 1997-2001 in de Coloniastraat. Hem kun je niet verdenken van enige verwatering. Trouwens in heel de liturgie was nooit enig tittel of jota verzet. Ds. Van Sorge wilde vooral troosten, ook zichzelf, met de belofte dat weliswaar alles voorbij gaat, ook wij zelf, maar dat `het Woord des Heeren blijft tot in der eeuwigheid!' (1 Petr 1:23-25) Het was een mild woord. We zongen mooie psalmen op hele noten. Psalm 119 en 56. Na de preek stonden de zes broeders kerkenraadsleden op om officieel van hun ambt en last te worden ontheven. Een heel ontroerend moment, evenals het moment dat de kanselbijbel werd gesloten en een van de ouderlingen op de kansel werd uitgenodigd om die aan te pakken en weg te dragen. Nog een enkele psalm:
Zijn naam moet eeuwig eer ontvangen
Men loov' Hem vroeg en spa
De wereld hoor', en volg' mijn zangen
Met amen, amen na
Daarmee was de gemeente opgeheven. Na ruim 80 jaar. Op de achterkant van de liturgie werd gemeld dat er een diakonale stichting `Thuis in West' was opgericht in samenwerking met stichting Ontmoeting. Mogelijk zou uit dat werk nog eens een nieuwe gemeente kunnen ontstaan. Er werd natuurlijk ook voor gebeden, evenals voor hen die nog als gemeente van Christus in de stad bleven, maar niet met veel `opening'. Na de dienst heb ik nog even rond gekeken. In de consistoriekamer stonden de stoelen nog steeds uitnodigend rond de tafel. Vanaf de kansel keek ik even bewust de kerkruimte in. Richting de vele banken, boven en beneden. In de tijd van ds. Henk van der Ent (1958-1961) zaten er zondags ruim 900 mensen te luisteren. Ik gaf iedereen een hand en stapte op de fiets vol gedachten. Eerst door de Schoonderloostraat, rondkijkend of er nog iets herinnerde aan het eerste kerkgebouw van deze gemeente. Maar van haar standplaats daar was niets meer te vinden. Toen door de Havenstraat langs de Oude Kerk. Gelukkig, die stond er nog in het grote geduld van God! `s Nachts droomde ik twee keer dat op zondagmorgen om vijf voor elf een echtpaar opstond, zich bij de kansel kwam excuseren dat het voor hen nu te laat werd en dat ze daarom weggingen. Ik toonde natuurlijk begrip (wat kun je anders?), maar toen ik met de preek verder ging was er ineens niemand meer. `Wil je nog uitleg?' vroeg mijn vrouw toen ik de droom vertelde. `Nee, zei ik, laten we maar gewoon aan de slag gaan. Dromers zijn slapers, maar het Woord blijft in eeuwigheid, zo werd ons gisteravond gezegd. Waarom niet in de stad? Tim Keller zou zeggen: juist in de stad. En daar houd ik het ook op!'
Ds. P.L.d e Jong


