Ria van het kerkelijk bureau aan het Hang mailde me de vraag van bijbelschoolstudent Marco Tjauw-A-Hing door.
Hij heeft de opdracht op bezoek te gaan bij de oudste christelijke gemeenschap van Rotterdam en omgeving.
De vraag aan mij, welke dat is.
Tja, die van Delfshaven of het Laurenspastoraat?
Nog voor ik er een boek op nageslagen heb, wordt er gebeld. Dochter Iris, ze komt eten. Ze reikt me een paar brochures van de Nacht der Kerken aan. Nog warm van de pers, er zijn er 20.000 gedrukt. Ik blader de glossy door, ziet er prima uit, Zuid, Kralingen, Centrum, Hillegersberg. Tjakka, daar staat het: de Hillegondakerk; oudste kerk van Rotterdam, 1028. De Pelgrimvaderskerk is van later datum. In 1411 is met de bouw begonnen, toen nog Anthoniuskapel. Met de bouw van de Laurenskerk is in 1449 gestart. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat de PKN-gemeente van de Hillegondakerk de oudste christelijke geloofsgemeenschap in de stad is. Dat zou het wel eens de RK-kerk kunnen zijn. Derhalve heb ik Marco de bijbelstudent ook geattendeerd op het R.K.-bisdom, waarvan hij het adres wel op Internet zal vinden. Als je het éénvrouwsbureau van Hervormd Rotterdam op Internet vindt, zal bisschop Van Luyn ook wel lukken.
Toch zou het handig zijn wanneer we hier als Kerken een gemeenschappelijke website hadden. Maar ja, je kan niet alles hebben. Wij hebben al de Nacht der Kerken. Een fenomeen, overgewaaid uit Duitsland, schrijft dominee Bert Kuipers in het programmaboekje.
Via de reactiepagina van www.nachtderkerken.nl had ik de dominee eerder al gevraagd waarom wel een website met toeters, bellen en doorlinken voor dat ene avondje, maar niet voor al die andere nachten en dagen in het jaar. Zijn antwoord laat tot op heden op zich wachten, toekomstmuziek dus. Zoals het thema van de Nacht der Kerken in de Pelgrimvaderskerk: de kerk van de toekomst. Dat lijkt me ook wel wat voor Marco, de student aan de bijbelschool. Hij heeft nog niet gereageerd op mijn antwoord. Dat leren ze zeker niet op de bijbelschool: bedanken. Ach ja, ze moeten al zo veel leren.
Ronald van der Meer


