In de week waarin we onlangs met ons team in Londen rondliepen ging er geen dag voorbij of er was wel iemand die ons aan de Titanic herinnerde. Een aantal jaren terug werd over de ondergang van dit superpassagiersschip een spannende film gemaakt die door zo ongeveer iedereen is gezien.
Het noemen van de naam roept daarom bij velen meteen veel op. Zoals ongeloof, niemand had het voor mogelijk gehouden, niemand had het voorzien, tijdens het zinken was er geen regie, er waren niet genoeg reddingsboten, men vluchtte van de ene kant van het dek naar de andere kant. Intussen zie je als kijker dat het schip niet te redden is. Het zinkt steeds dieper weg in het water,.iedereen gaat voor zich maar er is geen redden aan.
Al op de eerste dag in Londen liet iemand het woord Titanic vallen. Als een kwalificatie van de tradionele kerk als instituut en ook als beeld van de samenleving, want de financiële en economische crisis werd in Londen toen al heel pijnlijk gevoeld. Ook de andere dagen viel de naam, zonder dat een van ons erover begon. Iemand die heel kritisch was naar de kerk zei: `De kerken zinken als de Titanic, alle actie van de kerk op het moment is niet veel meer dan verplekken van groepen mensen op het dek, intussen zinkt het schip onafwendbaar de diepte in.' Het is een heel aansprekend beeld. Ook heel heftig. Je moet er niet te lang naar kijken, want dan zou je nog alle hoop voor de kerk(en) nog verliezen.
Je kunt het beeld ook toepassen op de crisis die we beleven. Straalden Balkenende en Bos eerst nog veel optimisme uit - er kwam geen recessie en al die miljarden waarmee men de banken te hulp schoot, zouden met veel winst weer terugkomen, daar zouden we samen dus alleen maar voordeel bij hebben; er was nauwelijks werkeloosheid; wij zijn zo sterk, ons schip kon niet zinkien - dat lijkt deze week ineens allemaal weg. Onze minister-president keek zo ernstig en zo somber afgelopen week bij het presenteren van de laatste cijfers over bijv. het oplopen van de werkeloosheid, dat je de golven rond de Titanic kon horen ruigen en zuigen. Onorthodoxe maatregelen werden aangekondigd, want van ernstige gezichten alleen zinkt het schip alleen sneller. Wat komt er op ons af?
Dat is heel onvoorspelbaar. Ook omdat alle gereken tot nu toe niet klopte. Knappe koppen die ambtenaren en plan-buro's? Ze doen maar een eind, er klopt steeds weer geen hout van. In zulke tijden valt er nooit iets mee. Ben je aan de voedselbank toe, dan is dat zelden voor even. Raak je in de schuld, dan krijg je van de belasting ook nooit meer iets terug. Zo werkt het. Er gaat nog veel meer omvallen. De pensioenen hijgen nu al naar adem. De vakmensen vasthouden want over een half jaar of een jaar hebben we ze weer hard nodig? Dan ga je ervan uit dat de crisis snel weer over is en hanteerbaar. Maar daar wijst totaal niets op. Voorlopig is het schip nog steeds aan het zinken. Op het dek speelt het orkest nog steeds. Maar nog even en dan stopt het en zegt de concertmeester. `Ladies and gentlemen, it was a great pleasure this night to perform for you!' Kort daarna is er alleen nog paniek en ligt iedereen in het water. Hoe dan ook: er komen zware jaren aan!
Nog iets: in de film gaat uiteindelijk iedereen voor zich. De rijke mensen vooraan zitten het snelst dik en zwaar in de paar beschikbare reddingsboten, voor vele anderen is geen plek. Slechts een enkele boot keert terug om anderen te redden. Oftewel: we beseffen dat iedereen natuurlijk gaat voor het behoud van zijn eigen baan, inkomen, huis, pensioen enz. Maar laten we meteen een gezindheid ontwikkelen van om ons heen kijken, mensen opvissen, aan elkaar dragen, delen, samen doen, gelukkig zijn met kleine momenten.
Ieder op zijn of haar plek en wij samen als gemeente.
Ds P.L. de Jong


