Van het ene moment op het andere zit ik er, oog in oog. Nog geen drie minuten nadat ik in vliegende vaart op de plaats van bestemming aan ben gekomen, m'n auto op een hoogst onverzorgde manier (half in een vak) heb geparkeerd en met grote stappen het zaaltje waar ik zijn moet binnen ben gedraafd. Daarnet was ik volslagen met mezelf alleen, waren er slechts de blauwe lichtjes van het dashboard tegenover me. Wat ik gezeten achter het stuur ook aan gedachten ventileerde, niemand die er notitie van nam. Niemand van de mensen die om me heen bezig waren hun auto (en daarmee zichzelf) van A naar B te verplaatsen, kon me horen. Zien trouwens ook niet. Verborgen in het duister van de vroege avond en slechts verlicht door het nu eens oranje en dan weer bruine licht dat uit de lantaarnpalen langs de weg scheen, bleef ik een nameloze onder al de namelozen die zich op dat uur van de dag over de weg plegen voort te bewegen.
Ineens bevind ik me echter in een schel licht waarin alles aan me meer dan zichtbaar is. Elke blik in m'n ogen, elke trek rond m'n mond, elke beweging van m'n handen. Anoniem ben ik niet meer. In dit zaaltje kent iedereen m'n naam, kent iedereen m'n gezicht. Elk van die pubers die juist binnen komen stampen. In minder dan geen tijd nemen ze met hun lawaaierige manier van doen het zaaltje in beslag. Ze schreeuwen zich de longen uit het lijf, alsof dat nodig is om iemand die minder dan een meter van je verwijderd is te bereiken. Hun entree heeft iets overweldigends: er komt een wolk vol energie binnendrijven, explosief als een onweer aan het einde van een hete dag. Ineens is alles om me heen in beweging. Daar duikt er één onder de tafel om de Euro die ze liet vallen uit de graaiende handen van twee anderen te redden. Daar springt een tweede op de rug van een derde die onder deze plotselinge last tegen de muur dreigt te kwakken. 'Mensen', probeer ik met een veel te zachte stem boven het tumult van de puberale hoos uit te komen, 'Mensen, gaan jullie zitten!' Wat (niet één, twee, drie en ook niet vier, vijf, zes maar uiteindelijk toch) gebeurt.
Dan zitten we, oog in oog. Ik die vijf minuten geleden in de stilte van m'n auto verkeerde en de pubers die barsten van de adrenaline. Frontaal tegenover elkaar. De catechisatie staat op punt van beginnen.


