Veel mensen vrezen ze, de donkere dagen vòòr kerst. Dat geldt mij niet.
Tot aan de kerst - preciezer gezegd: tot aan de tweede januari - heb ik geen tijd om me af te vragen wat ik aan de dagen beleef. Daarvoor moet er te veel in te weinig tijd af worden gewerkt. Als er één maand drukte in huize De Kwaadsteniet geeft, dan de maand die als maand van feest in de boeken staat. December. Nu al heeft die maand voor ons veel van een langgerekte galoppade weg. Het is rennen, rennen, rennen geblazen. Soms slaat me de schrik om het hart als ik eraan denk hoe dat worden moet wanneer we eenmaal ons appartementje aan de Mathenesserdijk voor een pastorie hebben verruild. Hoe komt december er dan uit te zien als die maand nu al zo hectisch is? Het blijft gissen voorlopig. Maar ik weet wel dat ik er niet reikhalzend naar uitzie om rond de kerst overal en nergens hele en halve vierinkjes met m'n aanwezigheid op te luisteren: de viering van kerst op de basisschool (minimaal 2 keer - op de christelijke en op de openbare), de viering van kerst in het verzorgingshuis (bis, bis, bis, bis, bis, bis), de viering van kerst op verenigingen van allerhande snit (bis, bis, bis, bis, bis, bis), de viering van kerst met kinderen die veel van Jezus weten, de viering van kerst met kinderen die niets van Jezus weten, de viering van kerst tijdens de nacht die aan kerst voorafgaat, de viering van kerst op eerste kerstdag zelf - thuis en uit (het laatste 2 keer), de viering van kerst op tweede kerstdag met hen die er niet genoeg van krijgen. Nogmaals, ik zie er niet reikhalzend naar uit. Eerder krijg ik er de kriebels van. Van onrust, welteverstaan.
Nee, van die dagen voor de kerst zal ik in de toekomst niet veel merken. Dat doe ik in m'n huidige hoedanigheid van thuiszittende aspirant-dominee al niet.
Het begon allemaal met Sinterklaas: daarvoor moesten cadeautjes worden gekocht. Maar alvorens dat kon gebeuren, moesten er eerst lijstjes op worden gesteld en wensen van die lijstjes af worden gehaald. Daar gingen voor ik het wist drie dagen mee heen. Terwijl daarnaast de komst van de Sint naar De Brug ook de nodige aandacht van me vergde. De lijst met door mij te kopen zaken groeide allengs en m'n zorgen groeiden mee. Wat als ik de cadeautjes voor m'n dierbaren thuis met die voor de mensen in De Brug ging verwisselen...
De dagen vlogen voort, de Sint verscheen en verdween. Met de gedichten kwam het, ondanks het feit dat je inspiratie niet af kunt dwingen, op het nippertje goed. Maar tijd om daarbij stil te staan, is me niet gegund: er liggen verjaardagen in het verschiet, die van m'n vrouw en die van m'n zoon komen eraan. Ook moeten er preken voor advent en oudjaar van m'n hand verschijnen, weer met die van drie jaar geleden op pad gaat niet meer. Met de bijbel in de ene hand en verlanglijstjes in de andere surf ik daarom van hot naar her over het wereldwijde web, terwijl allerhande gedachten over verjaardagen en preken zich onder m'n schedel tot iets samenhangends proberen aaneen te sluiten.
'Wanneer naar Koopgoot en Lijnbaan gesjeesd? Morgen? Overdag gaat me dat niet lukken, want dan moet ik op Aris passen. 's Avonds krijg ik het evenmin voor elkaar, want dan wacht de bijbelkring die ik (wel verdraaid) nog voor moet bereiden. En o, deze column...'
Zo gaat het sinds het begin van deze maand in huize De Kwaadsteniet toe en zo zal het in huize De Kwaadsteniet tot het einde van deze maand toe blijven gaan.
Tot de tweede van januari, dan houdt plotseling alles op. Ineens vervallen alle redenen die me een maand voort hebben gejaagd: een celestijnse leegte opent zich voor me. Het is over, op deze dag die wat mij betreft de chagrijnigste van het jaar mag heten. Zo beleefde ik hem al toen ik nog bij m'n ouders woonde. Op de tweede van januari verdween alles wat de dagen in december aangenaam had gemaakt uit huis. Het sparretje dat bijna al z'n naalden (en een enkele bal) had verloren, de rode en witte klokken van papier die voor de ramen feestelijk hingen te wezen, alsook al de grote en kleine kaarten met 'fijne / gezegende / vrolijke kerstdagen en gelukkig / voorspoedig / zalig nieuwjaar' erop. In een ommezien was de geest van feest uit huis verdreven en begon de sfeer van het prille jaar in huis binnen te dringen. De sfeer van grauwe en grijze dagen zonder licht. De sfeer van nauwelijks zon, van zware regens en hevige winden, van guur, van nat, van kil en koud. Alles te verteren zonder enige vorm van afleiding.
Voor mij breekt er op die tweede van januari een tijd van duisternis aan: de donkere dagen ná kerst, de dagen die ìk vrees.
Arjan de Kwaadsteniet


