Homepage
Geloven
In de kerk
In de stad
Home Lezen Column: Beschaamd
PDFPrintE-mail
Column: Beschaamd

Hij bleek net als ik aan de Mathenesserdijk te wonen, op een steenworp afstand van me zelfs. In een huis aan de rand van het veldje dat tegen het talud van de dijk naar de Spangesekade afhelt. Een merkwaardig huis, er binnen kijken lukte nooit. Dat werd verhinderd door witte lappen die hij eigenhandig voor de ramen had gehangen. 'Om inkijk te voorkomen', zoals hij zelf zei. Elke keer als ik langs zijn huis liep, stelde ik vast dat hij uitstekend in zijn opzet was geslaagd.

Er viel niets van het huis, laat staan van zijn bewoner, te bespeuren. 'Merkwaardig... waarom wil iemand dat?', vroeg ik me meer dan eens af. Toch gaf het huis wel iets van zijn bewoner prijs, er hingen namelijk posters achter de vensters. Posters die tegen de achtergrond van de lappen des te meer opvielen. Vooral die ene die de voorbijganger aanspoorde zijn dagelijkse portie aan bijbelteksten tot zich te nemen.

Dat uitgerekend deze poster prominent in het zicht hing, was niet voor niets. Hij was een gelovig man, de bewoner van het huis met de lappen voor de ramen. Overduidelijk. Hield hij zich op allerlei manieren voor mensen verborgen, voor dat geloof kwam hij rond uit. Ben van Straaten heette hij en ik leerde hem in 'De Brug', het inloophuis aan de Mathenesserweg, kennen. Meerdere keren per week verscheen hij daar, vergezeld van zijn steekwagentje waarop hij zijn computer vervoerde. Althans de belangrijkste onderdelen daarvan, een CPU en een toetsenbord. Verhuld in rode tassen van Bas van der Heijden vormden ze de basis voor zijn contact met buiten. De computer bood hem de blik op de wereld die hij zich in zijn huis ontzegde. Hij internette er in het inloophuis mee. Fanatiek en gedreven. Thuis kon dat niet omdat hij lang geleden van de telefoon af was gesneden.

Een wezenlijk probleem maar niet het enige probleem in zijn leven, er bleek een wolk van problemen om hem heen te hangen. Problemen die hem de lust tot leven soms grondig benamen. Dan was hij somber en prikkelbaar. Om niets kon hij in woede ontsteken, een woede die je terug deed deinzen van schrik. Toch was het een goede man, een gekwetst mens die zich zelden buiten zijn cocon waagde. Misschien dat daarom bijna niemand in 'De Brug' van zijn ziekte wist of het in de gaten had toen die ziekte hem in het ziekenhuis deed belanden. Pas na verloop van tijd werd het via-via bij ons bekend dat de man van de computer niet in staat was naar het inloophuis te komen. Dat hij dat nooit meer zou zijn. Want van zijn opname hoorden we eerst toen hij gestorven was.

Dat schokte mij. Zo makkelijk was het dus iemand die regelmatig in 'De Brug' verscheen weer uit het oog te verliezen. En dat terwijl we als team proberen naar mensen om te zien zoals Jezus, God himself, naar mensen omkijkt. In het geval van Ben leek dat, om het voorzichtig uit te drukken, niet zo goed gelukt. Dat vooral deed me zeer. Temeer omdat bij zijn begrafenis bleek dat een hele groep bewoners van de Mathenesserdijk wel naar hem om had gezien. Mensen uit m'n eigen straat van wie ik sommigen nog kende ook. Zij hadden gedaan wat wij - niet in de laatste plaats ikzelf - na hadden gelaten. In alle eenvoud waren ze Ben tot hand en voet geweest. Zij wel. Ik voelde me beschaamd en dat voel ik me, weken na dato, nog. Telkens als ik langs het huis met de lappen voor de ramen loop, word ik eraan herinnerd hoeveel makkelijker het is om grote woorden uit te spreken dan om grote woorden na te leven.

Arjan de Kwaadsteniet