Onder het motto ‘in Amsterdam weet je nooit hoe laat het is’ organiseerde een oud-wethouder van de week een wandeltocht met sympathisanten en andere belangstelenden langs openbare klokken, kerkklokken en commerciële gevelklokken. Hij ergert zich er al vijftien jaar aan dat er zoveel klokken niet op tijd lopen en wilde dat al lopende aan de kaak stellen.
In Rotterdam is het niet veel beter.
In het Blijdorp-bewonersblad schreef ik juist deze maand een stukje over de nieuwe klok aan het Bentinckplein. Aan een zijde ontbreken de wijzers, de andere zijden hebben elk een andere tijd, zelfs een juiste. Redactielid Rita had naar de gemeente om repliek gebeld, vertelde ze. Het antwoord was dat de klok klaarblijkelijk niet wordt gesponsord! Dus belde Rita naar Correct, want het oude exemplaar wees in een krullende C naar Bergweg en omstreken. Meneer Correct meldde dat ze inderdaad de reclame hadden opgezegd. Geen reclame dus.
De klok van onze Prinsekerk loopt steevast minuten voor, kom je niet te laat in de dienst van domina Sally. Bij de Diergaarde is het sinds zomertijd steeds bij vijven, sluitingstijd. De Roomse klokken van de Willibrordus- en Elisabethskerken lopen correct, evenals van hun oude meisjesschool op de Mathenesserlaan hoek Breinterstraat. Hotel Breiner sponsort de klok tegenover de Blunderput. Helaas, hij staat al maanden op middernacht. Mogelijk om de bouwers van de Blunderput niet de haasten of ter compensatie van de klok van de Remonstrantsekerk wat verderop. Die loopt met een snelheid van een reguliere secondewijzer. Niet even, al maanden, wat zeg ik, ruim een jaar. Bij de tijd, de klok van de Oude Kerk, eronder, voor het geval dat… een zonnewijzer.
Toch wel vreemd dat grote steden niet bij de tijd kunnen zijn. Slordig. Het verbaast me, ergeren doet het me niet, opwinden evenmin. Ik loop zelf globaal op mijn biologische klok, beschouw openbare klokken als versiering van de stad en kerkklokken als wijzers naar de kerken.
Ronald van der Meer


