| Onderwerp index |
|---|
| Relatievorming en kerkenraadsbeleid |
| De hoofdweg en de parallelweg |
| Vorm en inhoud |
| Als een huwelijk stukgaat |
| Mensen die anders zijn |
| Samenvatting en conclusies |
Pagina 5 van 6
5. Mensen die anders zijn
Van alle vragen die ik in het begin noemde, is er nog één blijven liggen. Daarbij gaat het om de vragen betreffende de mensen die anders geaard of gericht zijn en die meedoen in onze gemeente. Geen makkelijke vragen, wel heel gevoelig. Al was het alleen maar omdat er in haast alle kerken in de wereld op het moment over gepraat wordt en je nogal eens de indruk hebt, dat zo ongeveer alle kerkproblemen te wijten zouden zijn aan het bestaan van deze zusters en broeders. Zo besloot onze kerk ( de PKN) in het voortraject van de fusie aan zegenvieringen van alternatieve relaties een heel klein beetje ruimte te geven in de kerkelijke regelingen. Duidelijk onderscheiden van het huwelijk en de normale kerkelijke trouwdienst. Een en ander na een discussie van 15 jaar. Ik zeg niet dat het allemaal zo fijn geregeld is, van mij had het ook anders gemogen. Maar men draaft wel erg ver door met te menen, dat daardoor de kerk scheuring van de Hersteld Hervormden is ontstaan. Daarmee doe je in elk geval de zusters en broeders die `anders’ zijn groot onrecht. De discussie erover smoren, is al helemaal niet wijs. Al helemaal niet in een situatie, waarin je door je missionaire activiteiten als gemeente allerlei mensen naar je toelokt, waarvan de een mogelijk dit, de ander weer iets anders heeft. Daarbij is altijd de inzet: wij zijn een gemeente voor wie de bijbel het Woord van God is. Die ligt bij ons open op tafel en bij het licht van de bijbel zoeken we de weg.
De mensen die wij in het pastoraat tegen komen als predikanten en ouderlingen, komen zelden ons melden dat ze zich zelf met hun homo- of lesbogeaardheid zo fantastisch vinden. Integendeel. `Het is niet iets waar je zelf voor kiest’, zeggen ze nogal eens. Of:`Hoe kom ik hier van af?’ Of: `Hoe kan ik hier mee leven?’ En: `Ik voel me zo ontzettend alleen, en nu ben ik iemand tegen gekomen, mag ik daar een relatie mee aangaan en wat voor een?’ Dat is de situatie. Het gaat niet om honderden, maar elk mens is er een. Vaak komen ze bij ons ook uit de typische achtergrondgezinnen van onze gemeente: refo en evangelico. In die kringen is duidelijk een inhaalslag op dit punt aan de gang. Je ogen ervoor dicht doen is heel onverstandig. Opgegroeid met de eerbied voor God en de bijbel en de vertrouwelijke omgang met God door Jezus Christus. En diep bewust: dat ze zonder God echt hun weg niet kunnen gaan.
In het ouderlingencollege hebben we heel vaak over deze problematiek met elkaar nagedacht. Voor ons staat vast, dat we deze mensen die ook qua geloofsbeleving bij ons horen, niet mogen wegsturen naar een of andere moderne of vrijzinnige kerk. Maar dat we hen vasthouden bij onze gemeente. En daarbij hen open en respectvol tegemoet treden. Wat zijn dan de afwegingen?
1. Een belangrijke afweging is: kan iemand op dit punt `genezen’, zoals dat vroeger en in sommige kringen nog steeds zo heet? Er zijn mensen die menen, dat het aangeleerd gedrag is en niet een kwestie van genen. Dat kan bij deze of gene kloppen. Er is veel aangeleerd gedrag, van allerlei slag. Als gevolg van bepaalde negatieve ervaringen, opvoeding, noem maar op. In hoeverre men dan op dit punt nog kan om- of bij-leren is overigens nog de vraag. Want dat moet niemand onderschatten. Dat weet iedereen die wel eens een therapie voor dit of dat volgde.
2. Belangrijk is echter het in de laatste 30 jaar sterk gegroeide inzicht, dat het wel degelijk een kwestie van genen bij velen is. Dus niet een zaak alleen van `zo doen’, maar van `zo zijn’. Het zit dus heel diep. Het heeft soms ook iets erfelijks, is mijn indruk. In elk geval valt mij dat wel eens op en ik zou best eens benieuwd zijn naar een studie van mensen die anders geaard zijn van wie een van de ouders dat ook is. Zo’n studie ken ik nog niet. Maar liggen de dingen echt zo, dan zou het heel onverstandig zijn hen te adviseren via een therapie om-te denken en vooral om-te voelen. In pastorale gesprekken gaat het vaak om dit spanningsveld: ik wil God niet verraden, de bijbel en mijn geloof, maar ik kan ook mijn geaardheid en dus mijzelf niet verraden (niet te verwarren met zelfverloochening, dat is nog iets anders). Daarbij verder helpen, is onze inzet.
3. In de praktijk betekent dit, dat vele christenhomo- en lesbomensen het liefst alleen blijven. Is dit niet de wil van God, vragen ze? Deze mensen willen wij van harte steunen. Ook daarin dat ze wel een kring vinden, waarin ze zichzelf kunnen zijn en zich niet alleen voelen. Maar er zijn er onder hen ook, die uiteindelijk dit niet opbrengen. En vriendschapscontacten aangaan. En hoe ver mag je als christen dan gaan? En voor ons als kerkenraad: hoeveel ruimte hebben we in de gemeente voor hen?
4. Onze beleidslijn is dat we niemand wegsturen. En ook niet via een sanctie (bijvoorbeeld: geen belijdenis) iemand onder druk zetten. Maar proberen met hem of haar een begaanbare weg te vinden. Dat eerst. Want het zijn dingen, waardoor heel veel mensen bijna vaste Riagklanten dreigen te worden, en totaal geen uitzicht hebben. Hen helpen zichzelf te vinden, ook voor het aangezicht van God, is al heel veel. Gaat men een relatie aan, dan is het belangrijk er goed over te praten. Daarbij ook de afweging te maken, dat evenmin als hetero’s homo’s een rommeltje moeten maken van hun relaties. Maar dat het altijd gaat – in een relatie van liefde en trouw of iets dat daarop lijkt – om trouw zijn aan die ene mens die op je weg kwam. Mogen we hen daarbij ook steunen en waar kom je dan uit?
5. Naar mijn indruk is de discussie in ons land nog lang niet klaar. In de samenleving zie je een eindeloze tolerantie – typisch D66 tolerantie, maar in de praktijk moet je als homo bij een D66-achtig bedrijf toch maar niet homo op je cv zetten. Die tolerantie is mi flinterdun. In zekere zin kun je nog beter in de kerk je weg gaan, zelfs onder refo’s die begrijpelijk heel veel moeite hebben. Maar daar is in elk geval veel begrip gekomen de laatste tijd. Maar ook in de PKN is de discussie nog niet klaar. Ik hoop in elk geval op een nieuwe ronde, waarin we de dingen hopelijk bijbels meer verantwoord kunnen benoemen.
6. Wat de betrokkenen zelf betreft, valt me vaak op, dat niet vaak aan de kerkenraad gevraagd wordt om het knielbankje voor een huwelijk, wel om een stoel aan de Avondmaalstafel. Men wil er graag bij horen, in de eerste plaats bij Christus maar ook bij Zijn gemeente.
7. Onze beleidslijn is dan ook, dat we rond de Avondmaalstafel hen niet bij voorbaat uitsluiten, maar hen uitnodigen precies zo als alle andere gemeenteleden. In persoonlijke gesprekken proberen we een weg te zoeken, die verantwoord is: naar God toe, naar zichzelf toe en naar de gemeente toe.
Al dit soort vragen hebben we enkele keren samen intensief doorgenomen. Ik vat hier kort-door-de-bocht samen. Ik kan me voorstellen, dat een hele rij lezers hierbij de wenkbrauwen fronst, vragen heeft, moeite mogelijk ook. Dan laat het weten en reageer. En ook zeg ik nog eens: wij (predikanten en ouderlingen) zijn bereid op je bijbelkring hierover verder en directer van gedachten te wisselen. In een volgende en laatste keer zal ik een en ander samenvatten.


