Homepage
Geloven
In de kerk
In de stad
PDFPrintE-mail
Stadspelgrims (deel 8)

Houd afstand -  ook straks in de bebouwde kom

Vrijdagmorgen. Omdat  ik heel veel aan mijn hoof heb, fiets ik eerst maar even snel naar de Nieuwe Binnenweg naar de kopyshop  waarmee we als gemeente een contract hebben. Bijna twintig jaar terug sloten we al het kerkelijk bureau. De laatste werknemer verdween en ook de kopieermachine  - in die tijd de grote gemeenteopbouwer -  belandde bij het oud vuil. Ik kan het elke gemeente aanraden. De besparing is enorm. `Bel zelf maar naar de dominee of ga bij hem langs’, was de lijn geworden. De snelle verspreiding van email en mobiel telefoneren bevestigden ons op de goeie weg te zijn. Je moet er wel een beetje durf voor hebben, omdat `ze’ nu inderdaad ook bij jou als dominee op alle mogelijke tijden aankomen met hun vragen. Van: `Kunt u mijn moeder begraven?’ tot: `Wat is het emailadres van diaken zo of zo?’ Het is er niet rustiger op geworden. Al fietsend bedenk ik dat veel afstand  zoals dat veertig jaar terug gewoon was tussen dominee en gemeente ook wel voordelen had. Daar had je vele bureaukrachten voor in de stad.

In mijn hoofd zit al geruime tijd de kreet  Houd afstand. Ook straks in de bebouwde kom.  Langs de autosnelwegen in ons land wordt je dit de laatste tijd overal voor gehouden. De boodschap is wel duidelijk. Maar de tweede zin voelt bij me nog steeds een beetje bizar. `Waarom zetten ze er niet achter: ook straks in Parijs?’ reageert mijn vrouw. `Alsof er in de bebouwde kom  - bestaat er nog steeds zoiets? -  zoveel afstand is om in acht te nemen.’  De zin is in mijn hoofd blijven haken.  Er is inderdaad een tijd geweest  - zeg vijftig jaar terug - dat je als kerk in de samenleving en als gemeente op een dorp of in een stadswijk veel afstand hield. In de oude volkskerken nog het minst vergeleken met de kleinere kerken van de gereformeerde familie. Want daar leefde men bij de strategie van de antithese en de `zegen’ van de tucht. Maar misschien leefde juist hervormde dominees wel erg bij hun status voordat we de missionaire visie ontdekten. Ouderen in Rotterdam kunnen je daarover verhalen vertellen. Over de ontoegankelijkheid van predikanten en de afstand tijdens een kerkdienst. `Ik zat altijd op de galerij. Daar liepen drie suppoosten  (hulpkosters). In de verte zag je de dominee op de kansel staan en zich inspannen. Het was een heilig gebeuren, maar je begreep er echt helemaal niets van’, zei een eenvoudige tachtiger met flaporen. Op die manier heeft met name in de steden de kerk heel veel mensen verspeeld en verloren. Het werd de mensen niet moeilijk gemaakt te verdwijnen met hun kinderen. De secularisatie had vrij spel. Innerlijk was men veelal al weg. Aan regels had men geen boodschap meer, binding was er nauwelijks.  En als kerk verwachtte je weinig of niets van zo’n volksjongen met flaporen op de galerij die van een preek niets begreep. Er was in elk geval decennia lang heel veel afstand met name in de bebouwde kom.  Het botste nergens meer, de doden gingen al snel elkaar begraven en van Jan met de Pet of Ali in de straat begreep je als kerk al helemaal weinig. 

Ik zet mijn gedachten stil en doe nu snel mijn klusjes. In de kopyshop tref ik drie jonge helpers van wie ik er een goed ken. De andere twee lopen stage en hopen op een baan in de grafische sector, vertellen ze enthousiast. Bij de balie moet ik even wachten op een man die nogal tijd neemt met het opvouwen van een bonnetje. Mijn haast irriteert hem. `Kunt u niet iets verder gaan staan?’ Hij draait zich om: `Weet u, je bent tegenwoordig zo snel van je portemonnee af. Vorige week nog. Er zat honderdtwintig euro in.’ Ik denk: Houd afstand, ook in de bebouwde kom. Hij vertelt nu spontaan zijn verhaal. Ik mag dichterbij komen, luister en laat de tijd maar gaan.  Bij stomerij Zeelenberg moet ik ook nog iets afgeven. Op de balie zie ik helemaal rechts een ingelijste kleurenfoto staan. Model uitvaartbranche. Onwillekeurig pak ik het lijstje even vast en kijk naar de foto. Het is de baas van de zaak. `Wat is er met die mijnheer?’ `Die mijnheer is er niet meer’, zegt de Indonesische die me helpt.  `Bedoelt u nou….?’  `Ja, zomaar ineens , kort na zijn verjaardag, 63 jaar.’  Ik val stil en zeg: `Ik moet dit even opnemen’.  Ze is heel vriendelijk. Ik kijk nog een keer naar de foto. We hadden altijd even een gesprekje. Over zijn zaak, over de straat en de stad. Ook wel over de kerk, maar eigenlijk nooit over God, al is die toch altijd in de buurt volgens Paulus en houdt Hij zelden afstand.  De ingelijste foto heeft op de kist gestaan. Ik hou de foto nog even vast. Mijn gevoel voor haast en hang naar afstand is verdwenen.

Zondagmorgen. Viering heilig Avondmaal. Ds. Martijn van Laar onze misisonaire predikant leidt de dienst. Over Jezus’ aandringen uiteindelijk de mensen van de heggen en de steggen te gaan halen. Alleen hen roepen en uitnodigen is daar niet meer voldoende. Die mensen moet je meenemen, volgens de oude vertaling: dwing ze om in te gaan. Want het huis van God moet vol worden. Rond de 1e Tafel zitten ca 60 mensen. Een ontroerend gezelschap. Hier zijn alle  afstanden weg. Naast me zit een jonge veertiger die twee keer de belijdeniscursus volgde voordat hij knielde en zich door mij liet dopen. Dichtbij bij God, dichtbij mensen, dichtbij elkaar. Vooral in de bebouwde kom. Dat is helemaal de kerk in de stad nu.

Piet de Jong

 

Actueel

Banner
Banner
Banner

Inschrijven zondagsbrief